Nieuwe moeders krijgen allerlei ongevraagd advies over borstvoeding. Soms zit die goedbedoelde raad er compleet naast. Je krijgt een hoop tegenstrijdige informatie, wat best verwarrend kan zijn. Hieronder een paar borstvoedingsfeitjes en fabels waar je misschien wel van opkijkt.

Fabel: Als je borstvoeding geeft, mag je geen enkel medicijn gebruiken

Dit is niet waar. In het algemeen geldt dat veel medicijnen veilig te gebruiken zijn, maar raadpleeg eerst je arts en/of lactatiekundige. Lees hier meer over geven van borstvoeding als je ziek bent.

Fabel: Moedermelk bevat niet genoeg ijzer voor je baby.

Dit klopt niet. Borstvoeding levert juist de perfecte hoeveelheid ijzer voor een pasgeborene. Voldragen, gezonde baby’s krijgen de eerste zes maanden van hun leven al het ijzer dat ze nodig hebben binnen via de moedermelk. Na zes maanden wordt soms een ijzersupplement aangeraden, daarom is aan kunstvoeding vaak al ijzer toegevoegd. Dus behalve vitamine D, hoef je je baby in de eerste 6 maanden naast de borstvoeding geen supplementen te geven. Lees hier meer informatie over de verschillen tussen kunstvoeding en moedermelk.

Fabel: Je mag geen druppel alcohol drinken als je borstvoeding geeft.

Dit is niet waar, al moeten we hier wel wat kanttekeningen bij zetten. Je mag best af en toe een drankje, maar wees je wel bewust van het effect van alcohol op de borstvoeding. Als je een glaasje wijn wilt gaan drinken, zorg dan dat je vooraf voldoende melk afkolft, zodat je de volgende borstvoeding pas hoeft te geven als de alcohol uit je systeem is. Vooral bij pasgeborenen is het van belang te zorgen dat zij niet via de borstvoeding alcohol binnen krijgen, omdat hun zenuwstelsel zich in rap tempo aan het ontwikkelen is en hun lichaam alcohol niet kan verwerken. Alcohol heeft ook effect op de melkstroom, waardoor de baby minder drinkt, wat weer gevolgen heeft voor de melkproductie. Hoewel er natuurlijk geen ‘veilig’ alcoholpercentage is voor moedermelk, kun je dus met de juiste voorbereiding best af en toe een drankje nemen, maar niet te vaak en zeker niet te veel.

Lees ook:   Onze eerste verjaardag!

Fabel: Een te lage melkproductie komt meestal door stress en vermoeidheid.

Dit klopt niet. Je lichaam maakt in principe altijd genoeg melk aan. Het moederlichaam beschikt over een complex overlevingsmechanisme om baby’s te beschermen, ook in tijden van stress of voedseltekort.
Problemen hiermee ontstaan meestal als niet vaak genoeg de borst wordt geven, je baby de tepel niet goed pakt of als hij niet in een goede houding aan de borst ligt. Zolang je baby voldoende aankomt, krijgt hij waarschijnlijk precies wat hij nodig heeft. Als je echt denkt dat je te weinig melk produceert, vraag dan je lactatiekundige of arts om hulp.

Fabel: Van borstvoeding gaan je borsten hangen.

Borsten veranderen niet van vorm door borstvoeding. De zwangerschap is de eigenlijke reden dat ze van maat en vorm veranderen. Tijdens de borstvoeding zitten je borsten vol melk, maar als je daarmee gestopt bent, zal je doorgaans je bh-maat van voor de zwangerschap terugkrijgen. Sommige moeders hebben het gevoel dat hun borsten na de borstvoedingsperiode krimpen. Dat komt doordat dat de melkklieren in die eerste paar weken kleiner worden. Vervolgens vult je lichaam je borsten weer geleidelijk op met vetcellen. Dit proces duurt ongeveer een half jaar.