Sommige moeders hebben een chronische ziekte of andere aandoening waardoor ze zich afvragen of ze wel borstvoeding kunnen geven. Misschien heb je platte of ingetrokken tepels, borstimplantaten, of een chronische aandoening zoals hepatitis of diabetes. Wat betekent dit voor de borstvoeding?

Het is verstandig om rekening te houden met jouw gezondheidstoestand en te bedenken of er (extra) maatregelen of aanpassingen nodig zijn om je baby goed en veilig de borst te kunnen geven. In het algemeen geldt dat alle moeders zouden moeten proberen borstvoeding te geven, vanwege alle voordelen die dit zowel moeder als kind oplevert.

Wanneer mag een moeder geen borstvoeding geven?

Via de RIVM informeert de Landelijke Coördinatie Infectieziektenbestrijding (LCI) over de risico’s van infectieziekten op borstvoeding. Check de RIVM-site voor meer informatie hierover. Moeders die besmet zijn met HIV en anti-retrovirusmedicijnen gebruiken wordt aangeraden bun baby géén borstvoeding te geven, evenals moeders die chemotherapie of bestraling ondergaan of actieve tuberculose hebben.

Afgezien van deze voorbeelden en een paar andere zeldzame aandoeningen, kunnen de meeste moeders gewoon borstvoeding geven, zonder risico’s voor de gezondheid van hun baby. Zo is op de RIVM-site te lezen dat moeders met hepatitis B of hepatitis C gewoon borstvoeding kunnen geven omdat deze infectieziektes niet via de moedermelk (maar via het bloed) worden overgedragen. Let daarbij wel op tepelkloven of wondjes waar bloed uit kan komen!

Borstvoeding geven met platte of ingetrokken tepels

Ook als je gewoon borstvoeding mag geven, zijn er verschillende kwalen die dit lastig kunnen maken. Zo maken sommige moeders zich zorgen dat door de vorm van hun tepels – plat of ingetrokken – de borstvoeding moeilijk zal gaan. Platte en ingetrokken tepels komen vrij vaak voor en zullen, zeker bij nieuwe moeders, goed reageren op de borstvoeding. Tepelvormers kunnen je helpen om comfortabel en goed de borst te kunnen geven. Ze worden meestal voor en na de voeding gebruikt om tepelkloven en pijnlijke tepels te voorkomen en bereiden platte of ingetrokken tepels voor op de borstvoeding.

Lees ook:   Hoe kun je borstvoeding het beste afbouwen?

Borstvoeding geven met één borst na een borstamputatie

Vrouwen bij wie een borst is verwijderd vanwege borstkanker of andere gezondheidsrisico’s, vragen zich misschien af of zij wel borstvoeding kunnen geven. Het antwoord is: ja! Zolang er geen andere medische complicaties zijn in de overgebleven borst, maken moeders ook met één borst bijna altijd genoeg melk aan. Je hebt dan wel een goede borstkolf nodig en zult vaak moeten voeden om te zorgen dat je borst genoeg voorraad aanmaakt, maar met een beetje zorg en aandacht, kun je ook na een borstamputatie je baby zeker borstvoeding geven.

Mag ik wel borstvoeding geven? Misschien heb je platte of ingetrokken tepels, borstimplantaten, of een chronische aandoening. Wat betekent dit dan voor je borstvoeding?

Borstvoeding geven tijdens kanker

Moeders die kanker hebben, zitten vaak met specifieke vragen over borstvoeding, bijvoorbeeld: is het veilig om dit tijdens de behandeling te doen? Dat hangt af van het stadium van je ziekte en behandelproces en van welk soort behandeling je krijgt. Als de definitieve diagnose nog niet gesteld is, kun je sowieso gerust borstvoeding geven. Word je bestraald, dan is borstvoeding ook nog mogelijk, al maak je dan misschien wat minder melk aan. Maar als je behandeling bestaat uit radioactieve isotopen of chemotherapie, mag je pas borstvoeding geven als de medicatie en radioactieve deeltjes volledig uit je lichaam zijn verdwenen. Bespreek met je oncoloog of huisarts hoe je tijdens je behandeling veilig borstvoeding kan geven, waarbij jouw gezondheid voorop staat. Zelfs als dat betekent dat je niet zo lang borstvoeding kunt geven als je misschien zou willen. Jouw gezondheid en jouw leven zijn het belangrijkst voor je baby, zelfs als je vanwege de kankerbehandeling helemaal zou moeten stoppen met borstvoeding.

Lees ook:   Ken je de waarheid over moedermelk?

Borstvoeding geven met diabetes

Suikerziekte kan tijdens de zwangerschap een gezondheidsrisico zijn en specifieke klachten met zich mee brengen, maar borstvoeding geven kan juist positief effect hebben op moeders met diabetes en hun baby’s. Door borstvoeding te geven kunnen moeders met suikerziekte sneller afvallen en hun bloedsuikerspiegel beter controleren. Neem, afhankelijk van het type diabetes dat je hebt, wel de nodige voorzorgsmaatregelen. Lijd je aan diabetes type 1, dan heb je een grotere kans op een ‘hypo’ (hypoglykemie, suikertekort) als je borstvoeding geeft. Zorg dus dat je iets eet voor of tijdens de borstvoedingssessie. Vrouwen met diabetes type 2 kunnen meteen na de bevalling gewoon weer medicijnen gebruiken. Overleg met je arts als je vragen hebt over welke diabetesmedicijnen veilig zijn als je borstvoeding geeft.

Borstvoeding geven met astma

Als jij het fysiek aankunt, is borstvoeding de beste keuze voor je baby. Astmamedicatie die je moet inhaleren heeft geen effect op je baby als je borstvoeding geeft. Ook andere astmamedicijnen hebben geen invloed op de melkproductie. Al komen er kleine beetjes van in de moedermelk terecht, deze vormen geen risico voor je baby.

Met welke (gezondheids)aandoening je ook te kampen hebt, er is bijna altijd een oplossing om veilig borstvoeding te kunnen geven. Praat met je arts of een lactatiekundige en doe wat voor jou het beste is om gezond te blijven, je prettig te voelen en je baby te voeden.Heb jij een aandoening die gevolgen had voor de borstvoeding? Hoe ben je hiermee omgegaan?
Deel dit artikel of praat mee op onze Medela Benelux Facebookpagina.