Siemian Berghuijs is dit jaar precies 25 jaar lactatiekundige. Naast haar eigen praktijk waar ze moeders helpt, werkt ze ook voor Medela. Elke twee weken beantwoord Siemian uiteenlopende vragen over borstvoeding, moedermelk en kolven tijdens het borstvoedingscafé op Facebook voor Medela. 

Siemian blogt na elk borstvoedingscafé over wat ze tegen komt, van veelvoorkomende vragen tot persoonlijke ervaringen.

Blog #2: Is de natuurlijke maaginhoud een fabel?

Tijdens het borstvoedingscafé worden vaak vragen gesteld over de hoeveelheid melk die een moeder mee moet geven naar de opvang. Dat is een lastige vraag omdat alle moeders anders zijn. Ook zijn alle baby’s anders en zo ook de melk van hun moeders.

Het begin

De moeders die ooit de borstvoedingsorganisatie La Leche league hebben opgericht in 1956 deden dat omdat ze het zo raar vonden dat er zoveel borstvoedingen mislukten. Ze ontdekten dat de oorzaak daarvan voornamelijk gelegen was in het feit dat er door heel veel moeders op de klok (schema) werd gevoed. Zij introduceerden het begrip “op vraag” borstvoeding geven omdat zij begrepen dat niet de klok, maar de baby weet wanneer hij weer honger heeft. Sinds die tijd is er veel meer kennis gekomen over het hoe van borstvoeding geven.

Hoeveel melk

Uit onderzoek blijkt dat baby’s gemiddeld 800 ml melk per 24 uur drinken. Gemiddeld! In het onderzoek was er een baby die 478 ml dronk per dag en een andere 1365 ml. Aangezien alle baby’s in het onderzoek een leeftijd hadden tussen de 4 weken en 6 maanden en goed groeiden volgens de groeicurves van de WHO, kunnen we zeggen dat het gewone normale baby’s waren en ook gewone normale borstvoedingen.

Hoe vet is de melk

De verklaring voor het grote verschil in hoeveelheden zit hem hoogstwaarschijnlijk in het verschil van het vetgehalte in de melk van hun moeders. Algemeen wordt er “gerekend” met het gemiddelde vetgehalte van de melk van moeders die borstvoeding geven. Dat is 40 gram per liter, maar uit de onderzoeken kwam naar voren dat er ook moeders zijn die maar een vetgehalte hebben van iets meer dan 20 gram per liter, terwijl weer andere moeders wel ongeveer 60 gram per liter vet in hun melk hadden. Iedereen begrijpt dat de baby’s met de vette melk minder zullen drinken en de baby’s met de minder vette melk juist veel meer.

Voor- en achtermelk

Naarmate een borst leger wordt gedronken, zit er steeds meer vet in de melk. Reden waarom wordt aangeraden altijd in elk geval een borst leeg te laten drinken. Bij een moeder die veel meer melk aanmaakt dan haar baby kan opdrinken, krijgt de baby soms zoveel niet vette melk, voormelk, dat hij er onrustig van wordt omdat die voormelk juist erg veel melksuikers bevat. Sommige baby’s groeien ook niet goed. In sommige ziekenhuizen wordt door moeders de eerste (voor)melk weggezet en gebruik gemaakt van de achtermelk om hun baby weer beter te laten groeien. Zo hoeven er geen andere stoffen te worden toegevoegd.

Lees ook:   Vier fabeltjes over borstschilden

Hoe vaak drinken

Er zijn ook baby’s die maar 4 keer per dag een voeding vragen. Ze drinken dan wel vrij lang, soms wel een uur. Hun moeders hebben duidelijk een grote opslagcapaciteit in hun borsten. Andere moeders hebben niet zo’n grote opslagcapaciteit en kunnen per voeding veel minder melk leveren. Omdat iedere baby toch een bepaalde hoeveelheid nodig heeft per 24 uur, zal hij dus meer voedingen vragen dan de gemiddelde voeding van ongeveer om de 3 uur. Ze drinken ook veel korter, want de borsten zijn veel eerder leeg.

Op vraag voeden

Daarom is het zo belangrijk dat er op vraag borstvoeding wordt gegeven. Iedere moeder heeft melk met een ander vetgehalte en meer of minder melk per keer. De enige die weet wanneer het genoeg is, is de baby. In de eerste 4 weken gaan baby’s steeds wat meer drinken. Daarna blijft de hoeveelheid melk die ze drinken per 24 uur ongeveer hetzelfde tot ze 6 maanden zijn.

Nachtvoedingen

Omdat veel baby’s de benodigde melk niet allemaal overdag van hun moeder kunnen krijgen, omdat het lichaam van de moeder dat nu eenmaal niet in die uren levert, hebben ze nachtvoedingen nodig. Ze drinken ’s nachts zelfs 20% van wat ze in totaal nodig hebben. De baby’s waarvan de moeder de melk wel levert overdag, gaan al gauw doorslapen. Omdat baby’s naarmate ze ouder worden wel steeds efficiënter gaan drinken vervalt er soms een van de voedingen.

Natuurlijke maaginhoud een verzinsel?

Als we het er met elkaar over eens zijn dat de enige manier om alle borstvoedingen van alle moeders en baby’s goed te houden “op vraag borstvoeding geven” is, is het ook niet moeilijk om in te zien dat de verschillen tussen al die moeders en baby’s vaak zo groot zijn, dat er niet van een natuurlijke maaginhoud gesproken kan worden. In de literatuur komt het begrip ook niet voor. In het onderzoek dronk een baby per voeding 54 ml. Een andere dronk 234 ml en alles daartussenin.

Lees ook:   Hoe kies je speelgoed dat past bij de leeftijd van een kind?

Hoeveel mee naar de opvang

Nu is het ook te begrijpen dat het niet makkelijk is om de moeder te adviseren over de hoeveelheid melk die ze mee moet geven naar de opvang. Dat je dus ook geen berekeningen kan maken op een “veronderstelde” hoeveelheid melk per kilo lichaamsgewicht. Bij de ene baby zal dat te weinig per voeding zijn en bij de andere veel teveel.

Iedere baby is anders

Het is daarom volkomen logisch dat er uit gegaan wordt van de hoeveelheid die de moeder af kan kolven zo nodig aangevuld met een beetje extra, op een ander tijdstip, afgekolfde melk. Het is noch in het belang van de baby, noch in dat van de moeder om een baby die normaal gesproken 80 ml bij zijn moeder drinkt, flessen van 200ml te laten geven omdat het rekensommetje dat zegt. Zijn maagje dat gewend is aan wat zijn moeder levert, wordt uitgerekt en mogelijk is hij dan niet meer tevreden met waar hij eerst wel tevreden mee was. Beter hem vaker 80 ml geven bij de opvang.

Laten we vooral afgaan op wat de baby ons vertelt en het per moeder/baby paar uitproberen. En laten we respect hebben voor de grote onderlinge verschillen.

Siemian BerghuijsLactatiekundige IBCLC
Siemian Berghuijs is internationaal gecertificeerd lactatiekundige. Ruim twintig jaar geleden behoorde zij tot een van de eerste tien lactatiekundigen in Nederland. Ze hielp het beroep mee ontwikkelen en was geruime tijd voorzitter van de beroepsvereniging. Ook stond zij aan de wieg van de invoering van huurkolven om het op gang komen van de borstvoeding te ondersteunen.

Deze blog is gebaseerd op de volgende wetenschappelijke onderzoeken:
⚪J.C. Kent et al. Volume and frequency of breastfeeds and fat content of breastmilk throughout the day. Pediactrics 117, e387-e395 (2006)
⚪ Kent, J.C. et al. Longitudinal changes in breastfeeding patterns from 1 to 6 months of lactation. Breastfeed Med 8, 401– 407 (2013)

Meer informatie:
Lees hier meer over wat binnen het bereik van normaal ligt bij borstvoeding.
Lees hier meer over de samenstelling van moedermelk